logo

Daar trap ik niet in

Tekeningen/daartrapiknietin.png
Daar heb ik toch genendele boodschap meer aan! Geen enkel vertrouwen meer in ditgene. En al helemaal niet als de overheid dit verkoopt als sociaal beleid! Dat is volksverdomming. En ik laat mij niet meer verdommen! Of verlakken! Geen zand meer in de ogen bij mij! Genendele!

Als meneer Campino eenmaal aan het woord is, is hij niet meer te stuiten. Alsof alle in jaren opgekropte woede er in één keer uitmoet. Meneer Campino doorspekt zijn zinnen met woorden van eigen makelij: dientenhalve, mitsaangaande. “Dit is bevestigend voor mijn wantrouwen in dezen” schrijft hij in een van de ellenlange epistels waarmee hij ons bestookt. Gefrustreerd, achterdochtig, boos het staat op zijn gezicht te lezen. En daar lijkt hij ook alle reden voor te hebben.
Italiaanse ouders, geboren in Zwitserland, zelf al meer dan dertig jaar in Nederland, voelt hij zich in dit land nog altijd een buitenstaander. Begin 1980 wegbezuinigd en nooit meer aan de slag gekomen.
Volgde de ene cursus na de andere, maar alle diploma’s en getuigschriften ten spijt leidde dit nooit tot betaald werk. Zo’n zeven jaar geleden leek het tij te keren. Hij rondde met succes een opleiding af tot beveiligingsbeambte, een opleiding waar de overheid veel geld in stak. Vol vertrouwen solliciteerde hij naar een betrekking in deze branche. Maar banen waar hij recht op dacht te hebben, werden ingenomen door werklozen zonder diploma. Toen is er iets in meneer Campino geknapt. Waarom bekostigt de overheid mijn opleiding en belet ze met een andere maatregel dat ik aan het werk kom? Dat is, kort samengevat de bron van zijn frustratie. “Zij” spannen tegen hem samen. “Zij” dat zijn de overheden, de arbeidsbureaus, de gesubsidieerde stichtingen en instellingen, de zakkenvullers kortom. Hìj is fatsoenlijk, hìj houdt zich aan de regels. Maar zijn auto staat al tien jaar in de garage en zijn frauderende buurman scheurt er in een dikke BMW vandoor. Laten ze hem pakken, maar nee, ze spelen toch allemaal onder een hoedje.
Praten met meneer Campino betekent voor ons vooral luisteren als hij stoom afblaast, vooral niet tegenspreken, geduld oefenen. Heel langzaam proberen zijn vertrouwen te winnen (want ook wij hoorden aanvankelijk bij de “zij”). En dan hem bij stukje en beetje duidelijk proberen te maken dat de wereld natuurlijk erg onrechtvaardig is, maar dat er ook misschien van zijn kant ….. .
Want wat we hem willen vertellen komt in het kort op het volgende neer:
Meneer Campino, u ziet eruit als de rechterhand van een Maffiabaas in een Amerikaanse B- film uit de jaren ’50. Als iemand u in de verte ziet aankomen, duikt- ie een portiek in. Uw uiterlijk boezemt kortom geen enkel vertrouwen in. Iedereen die met u te maken krijgt, wil u zo snel mogelijk kwijt. Maar dit is een beleefd land en zulke dingen zeggen we niet in iemands gezicht. Daarom krijgt u na elke sollicitatie een nietszeggend briefje. U heeft een opleiding voor een beroep waar u bij uitstek ongeschikt voor bent. Want als u één ding niet uitstraalt dan is dat vertrouwen, rust, overwicht, beheersing. Voor een bedrijftak die toch al zoveel moeite heeft met zijn imago bent u een typisch geval van miscasting.
Maar meneer Campino (“een tijdbom die ieder moment kan afgaan” schreven we in zijn dossier) zou ontploffen als we dat zo zouden zeggen.
Met stukjes en beetjes dus. Eerst het uiterlijk. Zijn gebit is een kerkhof. Tandartstrauma (ook dat nog!). Wie kan zo’n omvattende sanering onder narcose betalen? Maar een mond met tanden staat toch een stuk vertrouwenwekkender. Een andere kapper zou ook helpen. De geplakte haren, de messcherpe scheiding midden over het hoofd. Weer die B- film. Zwart overhemd en witte puntschoenen daar moeten we het ook eens over hebben.
Vervolgens een elementaire sollicitatie- training. Niet met gebalde vuisten op het puntje van de stoel zitten. Niet elke vraag met een tirade van een half uur beantwoorden. En een deodorant is zelfs van een uitkering te betalen.
Een lange weg te gaan. Stapje voor stapje de negatieve spiraal doorbreken. Maar hopeloos is het bepaald niet. Want meneer Campino heeft veel goede kanten. Hij is goudeerlijk, uiterst precies, redelijk intelligent, wil ontzettend graag werken. Onze opgave: uiterlijk en innerlijk enigszins op elkaar afstemmen. We houden goede hoop.

11 augustus 1999
Terug naar publicaties
zoek