logo

Hier wil ik altijd blijven

Tekeningen/hierwilikaltijd.png
Twintig jaar heb ik voor m’n moeder gezorgd. En weet je wat ze een dag voor ze dood ging tegen me zei? Heb je nou eindelijk je zin, rotkind. Mijn god, ik denk wel eens, ik wou dat ik zonder familie geboren was.

Mevrouw Leeflang ontmoeten we het liefst aan het eind van de middag. Dan hebben we tenminste een hele avond om bij te komen. Hoeveel narigheid kan een mens verdragen? Mevrouw Leeflang (52) komt uit een groot gezin en is haar hele leven in dezelfde buurt blijven wonen, net als haar talrijke broers en zussen. De hele familie wordt vanuit bed gedirigeerd door een hoogbejaarde moeder. Naar de steevast snikkend vertelde verhalen te oordelen vullen de familieleden hun dagen met ruzie zoeken en ruzie maken.
“Nu eens met z’n allen tegen een, dan weer de ene helft tegen de andere. Er is altijd wat.” Mevrouw Leeflang probeert zich zoveel mogelijk aan dit gedoe te onttrekken en is – misschien daarom de pispaal van iedereen.
Toen haar man haar vijf jaar geleden verliet, nam hij hun zoontje (inmiddels twaalf) mee. Al die tijd heeft ze geen enkel contact met hem gehad. En nu krijgt ze hem plotseling elke veertien dagen een weekend over de vloer. Maar haar zoontje wil niets van haar weten en schopt, slaat en scheldt. “Hij krijgt altijd patat met frikadel en nog is het niet goed” verzucht ze wanhopig. Gelukkig is er een vriendin bij wie ze zo nu en dan kan uithuilen.
Gezien haar leeftijd en afwezigheid van enige opleiding of werkervaring hoeven we voorlopig niet aan regulier betaald werk te denken. Ze heeft ook geen idee hoe ze haar leven iets zinvoller zou kunnen invullen. En alleen de gedachte aan vrijwilligerswerk al maakt haar “bloednerveus”. Professionele hulp om te proberen haar wat zelfvertrouwen te geven en haar van het gevoel af te helpen “dat het allemaal wel aan mezelf zal liggen” lijkt ons een eerste vereiste.
Het heeft heel wat voeten in de aarde om haar van het nut van dergelijke hulp te overtuigen.
Als we beloven met haar mee te gaan voor het eerste gesprek bij het psychologenteam geeft ze schoorvoetend toe.
De gesprekken hebben niet het beoogde resultaat. Mevrouw Leeflang heeft geen idee “wat die man nou wil” . De psycholoog belt na verloop van tijd op en zegt dat hij “niets met haar aankan”. (Dat weerhoudt hem er overigens niet van mevrouw Leeflang tegen alle afspraken en regels in te bestoken met nota’s voor de “eigen bijdrage”, waar mevrouw Leeflang knap huilerig en zenuwachtig van wordt.)
Na het overlijden van moeder nemen de ruzies binnen de familie groteske vormen aan. Ze neemt de telefoon niet meer op vanwege de voortdurende scheldpartijen en geeft aan “angstvrees” te hebben.
Maar plotseling keert het tij. En hoe! We nemen haar mee voor een rondleiding door het Activiteitencentrum bij haar in de buurt. Daarna gaat ze onbegeleid een keer naar de vrouwenmiddag.
Een paar weken later belt ze ons op om haar te komen bezoeken in het inloophuis. Ze staat er stralend achter de bar. De andere medewerkers zijn vol lof over haar inbreng. Ze draait haar dagelijkse diensten en doet volop mee in de activiteitencommissie.
Ze geniet zichtbaar en voelt zich voor de eerste keer in haar leven gewaardeerd. “Weet je wat hier zo fijn is”, zegt ze bij het afscheid, “niemand staat hier tegen je te schelden, ook niet als je wat stoms doet en niemand maakt je zwart achter je rug om. Zo kan het dus ook.”

13 maart 2001
Terug naar publicaties
zoek