logo

Marja Wachter

Tekeningen/marjawachter.png
“Nou ja, als ik boodschappen moet doen, dan alleen ’s morgens vroeg als er nog bijna geen mensen in de winkel zijn. Dat red ik net. En als ik dan de kassa voorbij ben…Pff, nat van het zweet. Bus of trein lukt ook niet. Als ik alleen maar denk dat ik tussen al die mensen zit en niet weg kan…”.

Marja Wachter, 23 jaar, lijdt aan paniekaanvallen. “Sociale fobie” is de officiële term, een onzichtbare kwaal die op de meest onverwachte momenten kan toeslaan. “Mensen die niet weten wat het is, zeggen dat je je niet aan moet stellen omdat er niks is waar je bang voor hoeft te zijn. Maar dat is het juist. Dat er niks is waar je bang voor hoeft te zijn en dat je het toch bent.”
Een eenzame jeugd in Oude Pekela met een vader die dronk en sloeg en een moeder die niet tussenbeide kwam. En een klein meisje dat zich onzichtbaar probeerde te maken in de hoop dat ze haar niet zouden opmerken. Probeer maar ’s een pilletje, dan voel je je een stuk beter, zei een vriendje toen ze amper vijftien was. Bij dat ene pilletje bleef het niet. Het ging van dorp naar stad, van speed naar heroïne en van kwaad tot erger. Niet dat ze zich in de Groninger scene echt thuis voelde, “maar ’t was alles wat ik had”. “Echt verslaafd was ik niet”, zegt ze nu, “maar ik neem zo makkelijk negatieve dingen van anderen over”.
Dan loopt Marja Theo tegen het lijf. Ze gaan samenwonen en krijgen een zoontje. Omdat Carl bepaald niet als een gezonde baby ter wereld kwam en veel extra zorg nodig heeft, proberen Marja en Theo van hun verslaving af te komen. Een proces van vallen en opstaan.
Bij onze eerste ontmoeting houdt Marja zich op de been met methadon en seresta forte. Daarnaast slikt ze effexor om haar paniekaanvallen de baas te blijven. Van de ene verslaving in de andere dus. Afkicken en ontwennen. Pas als ze helemaal clean is, mag ze beginnen met intensieve klinische therapie om van haar trauma’s en angsten af te komen. Een ontwenningskuur bij de Kuno van Dijkstichting lijkt aanvankelijk succesvol te verlopen. Maar eenmaal thuis gaat het helemaal mis, ze slikt alles wat er in huis is in één keer door en raakt totaal van de wereld. Voorlopig wordt ze weer op methadon gesteld.
We vragen ons af of het raadzaam is in dit stadium al stappen te zetten om haar voor te bereiden op toekomstig werk. We zouden met een cursus Pc Netwerk en een computer thuis misschien een venster op een andere wereld kunnen openen. Misschien zou dat een stimulans kunnen zijn om de ontwenning en therapieprogramma’s tot een goed einde te brengen. Zowel de hulpverleners als Marja zelf zijn er voor.

We zijn nu een jaar verder en alles loopt buiten verwachting goed. Theo heeft via ons een plaatsje gevonden bij het Autopoetsproject en is helemaal afgekickt. Dat is tenminste één stabiele factor in haar leven. Ze is zelf nog niet helemaal medicijnvrij, de therapie loopt nog, maar grote terugvallen zijn er niet geweest. De problemen zijn niet over, maar wel onder controle.
Er is alleen een nieuw probleem. Zowel Marja als Theo zijn erg afhankelijk geworden van de hulpverlening. En omdat wij als aanspreekpunt functioneren, worden we voor alle problemen een probleempjes geraadpleegd: “Carl hoest zo erg, moet ik de dokter bellen?”, “Theo wil graag eens op vakantie, maar ik durf nog niet, wat zal ik doen?”…
Twee jaar geleden nog hopeloze junks en nu een bezorgd echtpaar.
Waar klagen we over?

Terug naar publicaties
zoek