logo

Mijn zwager ziet het niet zitten

Tekeningen/mijnzwagerziethetnietzitten.png
- Luister ’s even goed jongen, ik wil een baan en verder niks, een baan in de bouw.
- Heeft u daar ervaring ….. .
- Moet ik hier soms even de boel verbouwen? Dan kan je zien wat voor ervaring ik heb.
- Maar ik wilde alleen maar weten of u …... .
- En als ik bezig ben dan verbouw ik jou erbij.

We waren gewaarschuwd dat meneer Arends nogal heetgebakerd was, maar dat het zo snel uit de hand zou lopen hadden we niet voorzien. “Reageert agressief” schreven we op zijn staat toen meneer Arends onder het uiten van de nodige verwensingen vertrokken was. Zijn “kankerpokkezooi” bleef nog lang in het gebouw nagalmen.
Na een week stuurden we meneer Arends een uitnodiging voor een nieuw gesprek. Meneer Arends meldde zich af. “Te ziek om te komen”. Op zijn voorstel zelf contact op te nemen als hij daar behoefte aan heeft, gaan we niet in. De ervaring met “lastige klanten” heeft ons geleerd hoe belangrijk het is zelf de regie in handen te houden. Het tweede gesprek verloopt iets rustiger. Maar ook dit keer weigert meneer Arends vragen te beantwoorden over zaken die hij als “privé” beschouwt. Hoe we ook ons best doen hem duidelijk te maken dat we sommige dingen echt moeten weten om hem aan werk te helpen, het levert niets op. Als het woord “scholing” valt dreigt het gesprek weer te ontsporen. Het soort werk doet er niet toe, als het maar werk is en er geen scholing van welke aard dan ook aan te pas komt.
In ons werkoverleg besluiten we voor meneer Arends een directe route naar werk te bewandelen. We zullen de diverse werksoorten met hem doornemen en van daaruit verder werken. Onbevredigend blijft natuurlijk dat we niet kunnen achterhalen waarom hij niets over zijn persoonlijke achtergrond wil loslaten en waarom scholing zo taboe is. Zitten we wel op de goede weg?
We regelen een sollicitatiegesprek voor meneer Arends en wachten in spanning het resultaat af. Maar meneer Arends komt niet opdagen. Ook een volgende afspraak loopt op niets uit. De afzeggingen worden dit keer niet door meneer Arends zelf gedaan, maar door zijn zwager. De bewuste zwager neemt in de volgende maanden de rol van tussenpersoon op zich. Dat bevordert de communicatie niet, het ene misverstand volgt op het andere. Afgezegde afspraken zijn volgens de zwager helemaal niet afgezegd, het bouwbedrijf waar meneer Arends zelf gesolliciteerd zou hebben zegt niets van een meneer Arends af te weten, en meneer Arends heeft het voltallige personeel van het arbeidsbureau een reeks hele vervelende ziektes toegewenst. De zwager dient links en rechts klachten in over de onheuse behandeling die meneer Arends van Partners aan het Werk ondervindt.
Misverstanden moeten uit de wereld en voor serieuze klachten trekken we het boetekleed aan. Via de zwager weten we na veel heen en weer gepraat te regelen dat we meneer Arends thuis zullen opzoeken. We zullen dan met eigen ogen kunnen zien hoe vakkundig hij z’n huis heeft opgeknapt, de klachten kunnen op zijn terrein besproken worden (wie weet helpt dat) en tenslotte kunnen we een vervolgtraject inzetten.
Zou het dit keer lukken? Meneer Arends wil werken en stelt geen hoge eisen. Wij willen hem daarbij helpen. Een en een is twee zou je zeggen, maar nee. De zwager belt af, hij staat niet in voor de veiligheid van de bezoekers en al helemaal niet voor meneer Arends zelf.
Helaas, we zijn nu gedwongen onze activiteiten te staken.
Maar meneer Arends blijft natuurlijk wel in beeld. Enige maanden na het laatste (mislukte) contact sturen we hem een uitnodiging voor een sollicitatiegesprek: medewerker bij een bedrijf waar pallets in elkaar worden gezet.
De zwager belt niet af, meneer Arends komt op het afgesproken tijdstip en krijgt de baan.
Nu, een jaar later, heeft meneer Arends nog geen dag verzuimd en doet hij zijn werk met kennelijk plezier. Eind goed, al goed.

Maar waarom reageerde meneer Arends zo allergisch op “scholing”? Waarom kwam de zwager steeds in beeld? Pas laat zagen we het verband. Meneer Arends is – zoals dat zo deftig heet - “functioneel analfabeet” en durft daar – zoals zoveel van zijn lotgenoten – niet voor uit te komen.

11 augustus 1999
Terug naar publicaties
zoek